De strafrechtelijke problematiek voor slachtoffers en verdachten in de #metoo discussie

Naar aanleiding van de #metoo discussie zijn diverse advocaten van ons kantoor benaderd door de media om de juridische kant van dit soort zedenzaken te bespreken (zie bijvoorbeeld RTL EditieNL uitzending 8 november 2017 en SBS6 Shownieuws uitzending 20 oktober 2017). Aangezien wij zowel verdachten als slachtoffers bijstaan in zedenzaken, kunnen wij beide kanten belichten alsmede de problematiek die zich nu voordoet in deze zaken. 

Het woord van de één tegen de ander

Een veel voorkomend element in zedenzaken is dat het (vermeende) strafbare feit zich heeft afgespeeld in een één op één situatie: alleen de getroffene en de beschuldigde zijn aanwezig en andere getuigen zijn er niet bij. Daardoor kan er sprake zijn van het woord van de één tegenover het woord van de ander. Dat kan in het strafrecht tot problemen leiden. In het strafrecht geldt namelijk dat het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op de verklaring van één getuige (artikel 342 lid 2 WSv.). Oftewel één getuige is geen getuige.

Valt er een patroon waar te nemen?

Maar hoe zit het wanneer meerdere mensen beschuldigingen uiten tegen een bepaald persoon waarbij het erop lijkt dat er sprake is van een bepaald patroon of handelwijze van de beschuldigde? Kan dat als ondersteunend bewijs worden gebruikt? Dat kan, maar voor elke situatie zal gelden dat deze apart moet worden beoordeeld: is in dit specifieke geval sprake van een strafbare gedraging of niet? En hoeveel bewijs is er in dit specifieke geval?
Wanneer iemand slachtoffer is geworden van een seksueel delict, is het belangrijk dat er snel met de politie wordt gesproken en er aangifte wordt gedaan. Dat heeft twee voordelen.

  • Ten eerste geeft dat de gelegenheid aan de politie en het Openbaar Ministerie om onderzoek te verrichten waarbij de kans groter is dat er ondersteunend bewijsmateriaal wordt gevonden.
  • Ten tweede is de kans groter dat het verhaal als echt en authentiek wordt beschouwd.

Wanneer meerdere mensen aangifte hebben gedaan, die elkaar niet kennen en elkaar niet hebben gesproken, terwijl de beschuldigingen gaan over een en dezelfde persoon dan kunnen deze verhalen als ondersteunend bewijsmiddel worden beschouwd. Dat geldt dus ook voor één op één situaties. Maar daarbij is het van groot belang dat andere slachtoffers die aangifte doen niet op de hoogte zijn van de aangiftes/verhalen van anderen vanwege het gevaar van beïnvloeding.

Verklaring beïnvloed?

Dat laatste is nu het probleem bij de gehele #metoo discussie. In de media is naar voren gekomen dat meerdere personen slachtoffer zijn geworden van ongepast gedrag dat wellicht strafbaar gedrag zou kunnen zijn. Aangiftes zullen volgen, maar pas nadat dit uitgebreid in de media is besproken. Dat is het geval bij de zaak Harvey Weinstein, Kevin Spacey en de Nederlandse Job Gosschalk, waarbij een bepaald patroon naar voren is gekomen hoe zij zouden hebben gehandeld. Wanneer er aangifte wordt gedaan nadat deze zaken in de media zijn besproken, betekent dit dat de aangevers op de hoogte zijn van elkaars verhalen en van een bepaald soort patroon of handelwijze van de beschuldigde. Dat maakt het doen van meerdere aangiftes tegen een en dezelfde persoon niet vanzelfsprekend sterker. Het zal voor het Openbaar Ministerie en - wanneer er strafvervolging zal plaatsvinden - voor een rechter moeilijker worden om de authenticiteit van de aangifte te beoordelen. Er bestaat namelijk het risico dat er bepaalde elementen worden meegenomen in de aangifte welke zijn opgepikt in de media. Dat wil niet zeggen dat iemand valse aangifte doet of dat iemand dit expres doet. Ook onbewust kan dit het geval zijn. Bovendien is de vraag natuurlijk waarom er niet direct aangifte is gedaan.
Want dat is de tweede moeilijkheid in de #metoo discussie. Bepaalde beschuldigingen dateren van jaren geleden. Het is voor de politie en het Openbaar Ministerie daardoor extra moeilijk om onderzoek te doen. Sporenonderzoek zal bijvoorbeeld in vele gevallen niet meer mogelijk zijn. Een ander voorbeeld is dat onderzoek naar de mobiele telefoon (wanneer er mogelijk filmpjes of foto's zijn gemaakt) wellicht ook niets meer oplevert omdat deze telefoon niet meer in gebruik is of dat de foto's/filmpjes zijn gewist. Getuigen kunnen zich wellicht niet meer het een en ander herinneren van iets wat zich jaren geleden hebben afgespeeld. De kans is daardoor groter dat het bewijs uitsluitend uit de beschuldigende verklaring blijft bestaan, waardoor de authenticiteit van die verklaring dus nog belangrijker is. 

Impact beschuldigingen

Voor degene die beschuldigd wordt in de media van dit soort (vermeende) strafbare gedragingen, zijn de gevolgen heel groot. Hoe dien je je hierin te verdedigen? Publiekelijk is er namelijk al een mening gevormd over je gedragingen. En leveren deze gedragingen eigenlijk wel een strafbaar feit op? De vraag is of er überhaupt een strafrechtelijk onderzoek gaat plaatsvinden en of een rechter over de zaak zal oordelen. De regel is namelijk dat wanneer er geen aangifte volgt, de politie en het Openbaar Ministerie niet zelf op onderzoek uit zullen gaan. Als er geen aangiftes worden gedaan, hoe kan je jouw beschadigde naam zuiveren? De beschuldigde kan dan aangifte doen van smaad of laster omdat diens eer of goede naam wordt aangetast doordat ruchtbaarheid is gegeven aan een bepaald feit. Ruchtbaarheid betekent dat bepaalde gedragingen in het openbaar zijn gemaakt om iemand diens reputatie te schaden. Of het feit waar het over gaat waar is of niet, doet er niet toe. 

Deugdelijk onderzoek

De #metoo discussie zal voorlopig nog doorgaan. Om te voorkomen dat er uitsluitend verliezers zullen zijn, dienen de mogelijkheden van de rechtsstaat te worden benut. Mocht u slachtoffer zijn van een zedenfeit, doet u dan direct aangifte zonder hier met de media over te praten. Laat politie onderzoek verrichten zodat ze uw verhaal kunnen controleren en er een grotere kans is dat er ondersteunend bewijs wordt gevonden. 
Mocht u beschuldigd worden van dit soort feiten, dan bestaat er ook voor u een belang dat er een strafrechtelijk onderzoek zal plaatsvinden. Het kan uw naam namelijk zuiveren en/of op die manier kunt u de beste verdediging voeren. 

Wanneer u slachtoffer of verdachte bent in zedenzaken en hiervoor rechtsbijstand wilt, neem dan contact op met ons kantoor.
Onze advocaten hebben ervaring met complexe zedenzaken. Wij zien toe op zorgvuldig en correct onderzoek door politie. Daar waar nodig laten we eigen (deskundigen) onderzoek verrichten.

Diantha van Eijsden
advocaat